Veel opdrachtgevers en leveranciers in de publieke sector stellen momenteel dezelfde vraag over VBAR wetsvoorstel:
“De VBAR is van tafel. Betekent dat dat we weer zonder zorgen zzp’ers kunnen inhuren?”
Het korte antwoord: nee.
Hoewel het wetsvoorstel VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden) niet in deze vorm doorgaat, blijven belangrijke onderdelen uit het voorstel waarschijnlijk bestaan. Denk bijvoorbeeld aan het rechtsvermoeden van werknemerschap bij lagere tarieven.
Voor organisaties die werken met zelfstandigen – zoals gemeenten, provincies en andere overheidsorganisaties – blijft het daarom belangrijk om opdrachten zorgvuldig in te richten.
In dit artikel leggen we uit:
- wat er precies met de VBAR is gebeurd
- welke maatregelen waarschijnlijk toch blijven bestaan
- wat dit concreet betekent voor zzp-inhuur in de publieke sector
Wat is het VBAR-wetsvoorstel?
Het wetsvoorstel VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden) was bedoeld om duidelijker te maken wanneer iemand werknemer is en wanneer iemand zelfstandig ondernemer.
Het wetsvoorstel moest helpen bij het tegengaan van schijnzelfstandigheid en tegelijkertijd ruimte laten voor echte ondernemers.
Belangrijke elementen van de VBAR waren:
- duidelijkere criteria voor arbeidsrelaties
- een rechtsvermoeden van werknemerschap bij lage tarieven
- meer aandacht voor factoren zoals gezagsverhouding en ondernemerschap
Hoewel het wetsvoorstel nu niet doorgaat, blijven deze thema’s relevant voor toekomstige wetgeving.
Betekent het schrappen van het VBAR wetsvoorstel dat zzp-inhuur weer vrij is?
Nee.
De naam VBAR verdwijnt, maar de onderliggende discussie over schijnzelfstandigheid blijft bestaan.
De verwachting is dat belangrijke onderdelen uit het voorstel alsnog terugkomen in andere wetgeving. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren via een nieuwe Zelfstandigenwet.
Voor opdrachtgevers betekent dit dat het verstandig blijft om zorgvuldig te kijken naar de inrichting van opdrachten met zelfstandigen.
Wat betekent het rechtsvermoeden van werknemerschap?
Een belangrijk onderdeel van het VBAR-wetsvoorstel was het rechtsvermoeden van werknemerschap.
Kort uitgelegd betekent dit:
- bij lage uurtarieven (circa €36 per uur) kan worden vermoed dat iemand werknemer is
- de opdrachtgever moet dan aantonen dat er toch sprake is van zelfstandigheid
Het doel van deze maatregel is om werkenden met een laag tarief beter te beschermen tegen schijnzelfstandigheid.
Hoewel dit onderdeel nog niet definitief is ingevoerd, wordt verwacht dat een vergelijkbaar principe in nieuwe wetgeving terugkomt.
Wat betekent dit voor opdrachtgevers in de publieke sector?
Voor organisaties die werken met zelfstandigen verandert er in de praktijk minder dan soms wordt gedacht.
De belangrijkste aandachtspunten blijven namelijk hetzelfde:
- De inrichting van de opdracht
Een zelfstandige moet ruimte hebben om het werk zelfstandig uit te voeren.
- Ondernemerschap
De professional moet aantoonbaar als ondernemer opereren, bijvoorbeeld met meerdere opdrachtgevers.
- Structureel werk
Wanneer werkzaamheden structureel onderdeel zijn van de organisatie, kan dit wijzen op een arbeidsrelatie.
- Tarieven
Lage tarieven kunnen een extra signaal zijn voor risico op schijnzelfstandigheid.
Praktijkvoorbeeld: waar gaat het vaak mis?
Een veelvoorkomende situatie:
Een organisatie huurt een zelfstandige in voor een langdurige opdracht. De professional werkt:
- op vaste dagen op kantoor
- onder leiding van een teammanager
- met dezelfde taken als vaste medewerkers
Hoewel er formeel een zzp-contract is afgesloten, kan de feitelijke situatie wijzen op een arbeidsrelatie.
Dit soort situaties vormen precies het grijze gebied waar nieuwe wetgeving zich op richt.
Hoe kunnen organisaties zich voorbereiden?
Organisaties kunnen nu al stappen zetten om risico’s te beperken.
Praktische tips:
✔ Formuleer opdrachten resultaatgericht
✔ Zorg voor een duidelijke rolafbakening
✔ Leg ondernemerschap goed vast
Door deze stappen te nemen wordt het eenvoudiger om zelfstandigheid te onderbouwen.
Conclusie: het VBAR wetsvoorstel is van de baan, maar de spelregels blijven
Dat de VBAR-wetgeving niet doorgaat, betekent niet dat het onderwerp schijnzelfstandigheid verdwijnt.
De verwachting is dat belangrijke elementen – zoals het rechtsvermoeden van werknemerschap – in een andere vorm terugkomen.
Voor opdrachtgevers en leveranciers in de publieke sector blijft het daarom belangrijk om bewust en zorgvuldig met zzp-inhuur om te gaan.
Meer informatie rondom de ontwikkelingen via https://www.zipconomy.nl/2026/03/nieuwe-bezems-in-den-haag-wat-betekent-dat-voor-zzp-en-schijnzelfstandigheid/
Hulp nodig bij zzp-inhuur in de publieke sector?
Flextender ondersteunt dagelijks opdrachtgevers en leveranciers bij het organiseren van transparante en toekomstbestendige inhuur.
Wilt u weten hoe u:
- zzp-inhuur veilig en compliant organiseert
- risico’s rond schijnzelfstandigheid beperkt
- de juiste professionals vindt via een transparant aanbestedingsproces
👉 Neem contact op met Flextender.
