Het moment doet zich weer voor: een cao‑loonsverhoging is aangekondigd of de jaarwisseling komt in zicht. Dat roept vaak de vraag op: is indexatie mogelijk, of kan er sprake zijn van een tariefverhoging? En wat mag er eigenlijk binnen een aanbesteding?
Hoewel de termen regelmatig door elkaar worden gebruikt, is er een duidelijk onderscheid.
Wat is indexatie?
Indexatie is het aanpassen van een tarief op basis van een officieel inflatiecijfer, meestal het CPI‑indexcijfer van het CBS.
Het doel van indexatie is om tarieven waardevast te houden wanneer de algemene kosten in de economie stijgen.
In veel aanbestedingen en inhuurcontracten geldt hierbij het volgende:
– Indexatie is alleen toegestaan als dit expliciet is vastgelegd in de opdracht (bijvoorbeeld onder ‘extra informatie’) of in de inkoopvoorwaarden.
– Indexatie mag maximaal één keer per jaar worden toegepast.
– Het toe te passen percentage is doorgaans het CBS‑indexcijfer van januari van het nieuwe jaar.
– Indexatie is geen tariefverhoging, maar een correctie op basis van inflatie.
Belangrijk om te benadrukken:
➡️ Een tariefverhoging valt buiten de contractuele afspraken en brengt strengere commerciële en juridische (aanbestedingsrechtelijke) risico’s met zich mee.
Tariefverhoging, cao‑verhoging en de wet gelijke beloning
Binnen een aanbesteding is in principe geen ruimte voor een tariefverhoging, tenzij deze mogelijkheid vooraf expliciet is overeengekomen. Dit komt in de praktijk slechts zelden voor.
Bij het vaststellen van het tarief moet de aanbiedende partij daarom vooraf rekening houden met mogelijke stijgingen van arbeidskosten gedurende de gehele looptijd van de opdracht. Eventuele stijgingen van arbeidslasten tijdens de opdracht vormen een risico voor de aanbiedende partij. De verplichting tot gelijke of gelijkwaardige beloning (zoals voortvloeiend uit wet‑ en regelgeving) houdt in dat de totale waarde van de beloning van een gedetacheerde of uitzendkracht minimaal gelijkwaardig moet zijn aan die van een vergelijkbare werknemer in dienst van de opdrachtgever.
Hierbij geldt:
– Het gaat om gelijkwaardigheid, niet om een 1‑op‑1 overname van arbeidsvoorwaarden.
– De kern is dat de waarde van de beloning onderaan de streep minimaal gelijk is.
Hierbij nog een verklarende tabel met definities voor beide gevallen
| Onderdeel | Indexeren | Verhogen |
| Definitie | Aanpassen van het tarief op basis van een objectief inflatiecijfer (bijv. CBS‑CPI). | Een tariefverhoging die los staat van inflatie; een commercieel verzoek om meer tarief. |
| Grondslag | Contractueel vastgelegd; alleen mogelijk als indexatie in de opdracht staat. | Niet contractueel; alleen mogelijk na akkoord opdrachtgever en vaak niet toegestaan bij aanbestedingen. |
| Frequentie | Max. 1× per jaar, vaak per 1 januari. | Niet periodiek; alleen op verzoek en uitzonderlijk. |
| Voorwaarden | Vaak: min. 12 maanden werkzaam, max. percentage (bijv. 10%), alleen per nieuw jaar; CBS-cijfer moet bekend zijn. | Alleen in zeer uitzonderlijke situaties (bijv. behoud van kandidaat). Juridisch gevoeliger. |
| Juridische ruimte | Beperkt maar duidelijk: mag alleen als contract dit toelaat. | Zeer beperkt: wordt snel gezien als wezenlijke wijziging → kan aanbestedingsrechtelijk onrechtmatig zijn. |
| Risico voor opdrachtgever | Klein: tarief blijft binnen afgesproken kaders. | Groot: risico op schending van aanbestedingsregels of contractafspraken. |
| Voor wie is het risico? | Inflatiecorrectie valt binnen ondernemersrisico van leverancier; opdrachtgever hoeft niet akkoord te gaan. | Volledig ondernemersrisico van leverancier; opdrachtgever is nooit verplicht dit te accepteren. |
| Doel | Waardevast houden van tarief door inflatie. | Verhogen van inkomsten voor leverancier of professional. |
